|
Home
Corbusier
Concepten
Gebouwen
Utopisch
Model
|
|
Le Corbusier,
Oorspronkelijk Charles-Eduard
Jeanneret, is op 6 oktober 1887
in La Chaux-de-Fonds in Zwitserland geboren. Hij was een tijdgenoot van
architecten zoals Ludwig Mies van der Rohe (1886-1969) en Erich Mendelsohn
(1887-1953). Le Corbusiers vader werkte als emailleerde van wijzerplaten
voor de beroemde horloge-industrie in La Chaux-de-Fonds, maar over de
opleiding en het beroep van zijn moeder is niets bekend.
Het begin van Le Corbusiers loopbaan als architect een kunstenaar vormde
het onderwijs aan de School voor Kunstnijverheid in zijn Zwitserse geboorteplaats.
In het begin volgde hij hier alleen een opleiding als graveur, maar later
werd hij dan opgenomen in de zogenoemde 'Cours Superieur'. Deze cursus
werd gegeven door het schoolhoofd, Charles L' Eplattenier, met de bedoeling,
zijn beste leerlingen vertrouwd te maken op het terrein van architectuur
en woninginrichting. Om zijn getalenteerde leerling te bevorderen verschafte
L' Eplattenier Le Corbusier op zeventien jarige leeftijd in 1906 een eerste
opdracht: Het ontwerp van de Villa Fallet in La Chaux-de-Fonds, welke
in haar conceptie sterk door de Jugendstil-principes en de traditionele
bouwwijze van de Jura regio is beïnvloed.
Interessant is het feit, dat zich Le Corbusier zijn praktische en artistieke
vakkennis dus niet door een academische opleiding verkreeg, maar aanvankelijk
in de School voor Kunstnijverheid en in aansluiting daarop door studiereizen
en ontmoeting respectievelijk samenwerking met belangrijke architecten:
In Wenen maakte hij bijvoorbeeld kennis met Josef Hoffmann (1870-1956)
en in Parijs werkte hij als tekenaar bij Auguste Perret (1874-1954), van
wie hij veel over het bouwen met gewapend beton leerde. Tenslotte reisde
Le Corbusier in 1910 naar Duitsland, waar hij een aanstelling vond in
het atelier van Peter Behrens (1868-1940) en binnenkort in contact kwam
met de architecten van de 'Deutsche Werkbund'.
Le Corbusier begon een nieuwe weg in te slaan en geleidelijk een eigen
stijl te ontwikkelen. In 1914 ontwikkelde Le Corbusier het zogenoemde
'Maison
Domino' Dit model bestaat uit twee horizontale platen van gewapend
beton en trappen, welke door steunpilaren worden gedragen, waarbij de
delen allemaal combineerbaar zijn met elkaar.
In 1927 naam Le Corbusier deel aan de architectuurprijsvraag voor het
Palais des Nations in Genève. Zijn ontwerp gold weliswaar als uitstekend
en eindigde op de eerste plaats, maar leden van de jury, die de oude,
traditionele belangen van de academie behartigden, verhinderden de realisatie
van Le Corbusiers project. Uit kritiek en verontwaardiging over het onrechtvaardige
resultaat van deze prijsvraag vestigde Le Corbusier met een aantal architecten
van naam, zoals Walter Gropius (1883-1969) en Hugo Haering (1882-1958),
in 1928 in La Sarraz (Zwitserland) de 'Congregraves Internationaux d'
Architecture Moderne' (CIAM). Deze vereniging hield zich vooral bezig
met stedenbouwkundige planningen en formuleerde in 1933 de beroemde 'Charta
van Athen'.
Nadat hij al in 1922 het model van de 'Ville Contemporaine' en in 1925
de 'Plan Voisin' had uitgewerkt, publiceerde Le Corbusier in 1935 een
verder stedenbouwkundig project, de 'Ville Radieuse'. Deze modellen concipieerde
hij allemaal met de bedoeling, de bruutheid en onmenselijkheid van de
steden te bestrijden, bijvoorbeeld door het scheppen van groenvoorzieningen
en gemeenschappelijke huizen, daarnaast door het voorleggen van oplossingen
voor de problemen met het verkeer. Le Corbusiers sterk bekritiseerde stedenbouwkundige
planningen bleven meestal visioenen en werden bijna nooit gerealiseerd.
Ongeveer vanaf 1935
veranderden langzaam Le Corbusiers denkbeelden en voorstellingen, die
dan vooral voor zijn werk na de Tweede Wereldoorlog gevolg hadden. In
die tijd begon een nieuwe fase in zijn loopbaan, in welke niet meer zo
sterk de aanpassing aan de technieken beschaving in de voorgrond stond,
maar hoofdzakelijk de terugkeer naar het oorspronkelijke, eenvoudige leven.
Niet alleen om die reden is Le Corbusiers later werk aan de ene kant gekarakteriseerd
door het gebruik van natuurlijke materialen en van een onbewerkt beton
brut, maar aan de andere kant ook bestemd door een plastische, meer monumentale
stijl.
In aansluiting aan deze veranderde principes bouwde Le Corbusier bijvoorbeeld
in 1947 de Unité d' habitation in Marseille daarnaast in 1950 de
kapel Notre-Dame-du-Haut
in Ronchamp en realiseerde vanaf 1951 als 'Government Architectural Adviser'
het project voor de Indische stad Chandigarh.
Bovendien mogen ook het klooster Sainte-Marie-de-la-Tourette in Eveux-sur-l'Arbresle
bij Lyon (vanaf 1953) en het Carpenter Center of Visual Arts in Cambridge,
Massachusetts (1961-1964), niet ongenoemd blijven, omdat ze belangrijke
werken van zijn laatste scheppingsperiode zijn.
Tijdens een vakantieverblijf in Cap Martin overleed Le Corbusier op 27
augustus 1965.
|